Medalfarm

 

Oudduitseherder

en

Kooikerkennel

 

Voor meer informatie

stuur een email

naar:

 

 

 Teun en Elma

 

                

   info@medalfarm.nl

De Oudduitse Herder

Medalfarm voor uw Oud duitse herder Kooiker pup jonge honden nestjes drachtig wachtlijst rasvereniging kennel nutram carnibest

De Oudduitse Herdershond is een prachtige hond met een goede dosis werklust. Een heerlijke hond om samen dingen mee te ondernemen, en bovenal een vriend voor het leven. Toch heeft de Oudduitse herder, net als iedere herdershond, training en opvoeding nodig.

 

Het karakter van de Oudduitse herder moet van nature evenwichtig, stabiel, zelfverzekerd, absoluut spontaan en goedaardig zijn, daarnaast opmerkzaam en leidend. Hij beschermt zijn huis en degene die hij liefheeft. Hij is intelligent, makkelijk te trainen en werkt graag voor zijn baas. Voor kinderen en andere dieren is hij zacht en lief.

 

 

Het verschil tussen de Oudduitse herdershond en de Duitse herderhond is de lengte van de vacht. Door zijn lange haren toont de Oudduitse herder machtiger dan de Duitse herder. Verder is zijn ruglijn recht en niet schuin aflopend zoals bij de Duitse herder. Zijn inzetmogelijkheden zijn net als bij de Duitse herder breed: beschermhond, diensthond, reddingshond, blindengeleidehond of familiehond.

 

 

Raskenmerken

 

ALGEMEEN VOORKOMEN:

De OudDuitse Herder geeft op het eerste gezicht een impressie van intelligentie en schoonheid, kortom: een mooie krachtige hond. Sterk gebouwd met schoonheid en elegantie; een uitgebalanceerd geheel, elk deel harmonieus in proportie tot het geheel. De grootte doet niets af aan zijn trots en moeiteloos bewegen. Zijn totale devotie om te werken ziet men aan zijn alerte oogopslag. Schuwheid, vaagheid, sulligheid of gebrek aan oplettendheid doen afbreuk aan het totale karakter van het ras. Enige vorm van terughoudendheid is acceptabel, zolang het niet samengaat met agressiviteit.

 

KARAKTER:

Intelligent, moedig en zelfverzekerd, met daarbij een hart van goud. Een hond die nauwgezet zijn huis en hen die hij liefheeft beschermt. Deze uitermate veelzijdige en makkelijk te trainen kameraad, houdt ervan om samen met zijn baas te werken. Zijn uitstekende reuk kan op diverse manieren uitgebuit worden. Als een echte afstammeling van de "kudde-bewaker" is hij stabiel en zonder onnodige agressie, en verdedigt hen die aan zijn zorg zijn toevertrouwd. Voor kinderen en andere dieren is hij zacht en lief.

 

HET HOOFD:

Licht gewelfd en in proportie met het lichaam. Sterk ontwikkelde kaken en een iets schuin lopende snuit. De snuit is bij voorkeur uitgesproken zwart maar een andere kleur is acceptabel. De lengte van de snuit is gelijk aan de lengte van schedelbasis tot stop. De snuit mag niet lang, smal of scherp zijn, en moet zwarte lippen hebben.

 

OREN:

De oren zijn matig puntig, in proportie met het lichaam, naar voren open en rechtopstaand wanneer de hond attent is en driehoekig van vorm.

De hoogte is gelijk aan of iets groter dan de wijdte aan de basis. Wanneer het oor voorwaarts gevouwen wordt om de lengte te meten, mag de tip niet over het bovenste ooglid reiken. Een volwassen hond met hangende oren moet gediskwalificeerd worden mits er geldige redenen zijn die dit verklaren, (vergezeld van een verklaring van de dierenarts).

 

OGEN:

Nuances van donker tot erg licht-bruin (GEEL) worden geaccepteerd. Andere kleuren worden niet toegestaan. De ogen zijn gemiddeld van grootte en amandelvormig, iets schuin geplaatst en niet uitpuilend. De oogleden moeten netjes aan de oogbol aansluiten. Ze mogen niet naar binnen krullen of van de oogbol afhangen. De uitdrukking van de ogen moet levendig, intelligent en kalm zijn.

 

TANDEN:

42 in getal (20 boven en 22 onder), sterk ontwikkeld en op elkaar komend in een schaarbeet. Een over of onderbijt is een fout die leidt tot diskwalificatie.

 

HALS:

De hals is sterk en gespierd, betrekkelijk lang en licht gebogen. De hals is in proportie met het hoofd. Wanneer een hond alert is, met hoofd en hals mooi uitgestrekt, is de trotse uitstraling goed waarneembaar.

 

VOORHAND:

De schouderbladen zijn lang, schuin geplaatst en liggen vlak. De bovenarm staat in rechte hoek met het schouderblad. Beide schouderbladen en bovenarmen zijn goed gespierd. De voorbenen, gezien van de zijkant en van de voorkant, zijn recht.

 

VOETEN:

De voeten zijn ovaal, compact met goed gebogen tenen, De zolen dik en stevig, de nagels donker en sterk. Wolfsklauwtjes, indien aanwezig, mogen van de achterbenen verwijderd worden. Schuine of hazevoeten moet gezien worden als een ERNSTIGE FOUT.

 

AFMETINGEN:

De OudDuitse Herder geeft de impressie dat hij langer is dan hoog. De verlangde hoogte op het hoogste punt van het schouderblad is voor reuen niet minder dan 60 cm en niet hoger dan 65 cm plus 2 of min 1 cm met als ideale fok hoogte 63 cm. Voor teven is de verlangde hoogte niet minder dan 55 cm en niet hoger dan 60 cm plus of min 2 cm met als ideale fok hoogte 58cm.

 

LICHAAM:

Het hele lichaam moet er goed gecoïdineerd uitzien, stevig en solide. De rug is breed en recht, sterk van botten en goed ontwikkeld. De borstkas moet goed diep zijn. Een aflopende rug moet gezien worden als een SERIEUZE FOUT zo ook een zwaaiend achterwerk. Het lichaam mag er niet extreem langbenig uitzien, en moet goed in verhouding zijn.

 

BORST:

Beginnend bij de ribben is de borst goed ontwikkeld en diep en ruim, nooit laag. Het borstbeen moet voor het schouderprofiel te zien zijn.

 

RIBBEN:

Elastisch en lang, niet rondgebogen of vlak. Gedragen door het borstbeen dat tot de ellebogen reikt. Een goede borstkas laat de ellebogen vrij bewegen als de hond loopt. Te rond geeft hinder en buigt de ellebogen naar buiten. Te recht of kort veroorzaakt klemmende ellebogen.

 

BOVENLIJN:

De rug is recht (horizontaal), erg sterk ontwikkeld en niet aflopend. De verlangde lange proporties komen niet door een lange rug maar worden bereikt door de positie en lengte van het kruis zoals van de zijkant te zien is. De lende van boven gezien is breed en sterk. Overdreven lengte tussen de laatste rib en dij is ongewenst. Het kruis moet lang zijn en geleidelijk aflopend.

 

STAART:

Gepluimd en met de laatste wervel uitstekend voorbij de hakpees. De staart komt vloeiend uit het kruis en zal lijken te hangen als een pluim. In rust hangt de staart in een lichte bocht als een sabel. Als de hond opgewonden is of in beweging, wordt de kromming groter en rijst de staart maar zal nooit voorbij de verticale lijn naar voren krullen. Een staart die gedragen wordt voor de verticale lijn is een fout die leidt tot diskwalificatie. Staarten die te kort, dun of rattig zijn worden als ernstige fout aangemerkt.

 

ACHTERHAND:

De dij, van de zijkant gezien is breed, boven en onder goed gespierd. Boven- en onderbeen staan in een rechte hoek t.o.v. elkaar.

 

GANG:

Het gangwerk is een erg kritisch onderdeel bij dit ras. De OudDuitse Herder moet geobserveerd worden terwijl de hond aan een lange lijn loopt zodat de natuurlijke gang duidelijk zichtbaar wordt. De gang is elastisch, zonder moeite, gelijkmatig en ritmisch, maximaal vooruitkomend met zo weinig mogelijk passen. Tijdens het lopen beslaat hij een hoop grond door lange stappen met voor- en achterpoten. In draf neemt hij nog meer grond met langere passen en beweegt sterk en makkelijk met coïdinatie en balans, zodat de gang lijkt op een gelijkmatige beweging van een goedgesmeerde machine. De voeten blijven dicht bij de grond zowel bij het naar voren reiken als bij de achterwaartse afzetting. Om zulk een ideale beweging te verkrijgen moet er een goede ontwikkeling zijn van spieren en gewrichten. De achterhand levert via de rug een sterke afzet, die het hele dier lichtjes oplicht en het lichaam vooruitstuwt. Voorbij de afdruk van de voorbenen komen de achterpoten stevig op de grond. Als de hond zijn snelheid vergroot in een "vliegende beweging" moet hij vloeiend bewegen, zonder stampen. De voorbenen moeten ver voorbij de neus reiken terwijl de kop voorwaarts uitstrekt.

 

OVERBRENGING:

De gang wordt met grote kracht en stevigheid van de rug uitgevoerd. De kracht van de achterhand wordt doorgegeven aan de voorhand, door de lende, rug en schoft. De voorbenen moeten dicht langs de grond naar voren reiken, in harmonie met die van de achterhand. De voeten komen dicht bij elkaar maar raken of kruisen elkaar niet. De voorbenen functioneren van het schoudergewricht tot de grond in een rechte lijn. Van achter gezien functioneren de achterbenen van het heupgewricht tot de grond in een rechte lijn. GANGFOUTEN GECONSTATEERD VANAF DE VOORKANT, OPZIJ OF VAN ACHTEREN WORDEN ALS FOUT BEOORDEELD.

 

KLEUR:

De OudDuitse Herder is er in diverse kleurvariaties. Nuances van zwart met bruin, goudbruin, roodachtig bruin, wolfsgrauw, zilver en creme zijn net zo gewenst als diverse nuances van, rood, donker bruin, donker grijs (ook wel blauw genoemd), of zwart. Totaal zwart of geheel wit is acceptabel zolang de neus, oogranden en lippen diepzwart zijn. Een witte vlek op de borst is acceptabel evenals witte markeringen bij de tenen. Elke verwassen uitziende of vale kleur moet ook als FOUT gezien worden.

 

VACHT:

De langharige vacht is een dicht sluitende dubbele vacht van middelgrof haar met een zachtere, haast wollige ondervacht. Het hoofd en snuit, de achterkant van de oren en voorkant van de benen zijn bedekt met kort glad haar. De nek heeft uitgesproken manen die reiken tot de borst. De rest van de torso is met lichtelijk korter haar bedekt.

 

 

 

 

 

Nieuws